| Atibt: |
bintangor |
| Andere namen: |
mentangor (Sarawak), penaga (Sabah), poon (India), koila (Salomons-eilanden), tamanou (Nieuwe Hebriden), bintaog, bitanghol (Filipijnen), vintanina (Madagascar), Solomon bintangor. |
| Botanische naam: |
Calophyllum inophyllum L., C. spec. div.. |
| Familie: |
Clusiaceae (= Guttiferae). |
| Groeigebied: |
Zuidoost-Azië, Pacific-eilanden, Madagascar. |
| Boombeschrijving: |
Hoogte gemiddeld 30 m, maximaal 45 m. De 12-18 m lange cilindrische takvrije stam heeft een gemiddelde diameter van 0,6 m, maximaal 1,5 m. |
| Aanvoer: |
Gekantrecht hout. |
| Houtbeschrijving: |
Kleur kernhout donkerrood, roodbruin tot oranjebruin, scherp overgaand naar het geelbruine spint. Soms sterk afwijkende draad. |
| Houtsoort: |
loofhout |
| Draad: |
Kruisdraad. |
| Nerf: |
Matig grof tot grof. |
| Volumieke massa: |
(465-)660 (-865) kg/m3 bij 12% vochtgehalte, vers 1000 kg/m3. |
| Werken: |
Middelmatig. |
| Drogen: |
Vrij langzaam met sterke neiging tot vervormen en oppervlaktescheurtjes. Eindscheuren zijn normaal. |
| Bewerkbaarheid: |
Bintangor is zonder veel problemen te zagen, hoewel het oppervlak vaak wollig is. Schaven geeft een goed glad oppervlak. |
| Spijkeren en schroeven: |
Matig. |
| Lijmen: |
Goed, kan gevingerlast/ gelamineerd worden. |
| Buigen: |
Niet bekend. |
| Oppervlakafwerking: |
Goed, met een oplosmiddelhoudende verf. Matig met een watergedragen systeem. |
| Duurzaamheid: |
Schimmels -grondcontact 3. - bovengronds 1. Termieten M. |
| Impregneerbaarheid: |
Kernhout 4. Spint 2. |
| Bijzonderheden: |
Aanbevolen wordt bintangor niet in grotere lengten dan 3,0 m toe te passen, aangezien lang hout meestal krom is. |
| Toepassingen: |
In de bouw voor geveltimmerwerk, binnenwerk en schroten. Verder voor binnenwerk van meubelen en verpakkingsmateriaal. |
| Kwaliteitseisen: |
Bintangor van de Salomonseilanden is genoemd in de KVT\'95, Kwaliteit van houten gevelelementen. Dit betekent dat met Solomon bintangor kozijnen met KOMO-productcertificaat kunnen worden vervaardigd. |